Uit 't Zuiden

De biljarters van BOG

cartoon biljarter

25-10-2018 Column
Auteur: Kees de Vreugd

Het grappige van het biljartspel is dat, hoewel de actie voor de ongeoefende waarnemer zich op het groene laken lijkt af te spelen, in werkelijkheid hetgeen er rond het biljart gebeurt een veel grotere invloed heeft op de uitslag van de wedstrijd. Een mechanisme dat gisteren, in Oudendijk, door de spelers van Biljartvereniging “Ons Geluk” weer treffend werd gedemonstreerd.

Sinds kort zijn de regels van onze competitie veranderd. In plaats van te spelen tot een bepaald aantal punten (per speler verschillend, afhankelijk van het individuele niveau), moeten we nu maar liefst dertig beurten volmaken. Dit levert over het algemeen langere partijen op en niet iedereen is tegen die druk bestand. En met “niet iedereen” bedoel ik Peter Moerman, die gisteravond hopeloos faalde.

Je kunt van de nummer vier op de ranglijst van een groep van vier niet al teveel verwachten, maar dit leek natuurlijk nergens op. Peter begon nog wel aardig: na negen beurten stond hij op een gemiddelde van twee, een vol punt boven zijn normale erbarmelijke niveau.

Alex Boeve en ik hadden het eerste deel van zijn wedstrijd gemist, omdat we na onze eigen wereldprestatie aan het biljart, buiten in de regen, onze daverende overwinning gelukzalig lurkend aan een rokertje vierden. Peter was de laatste die op moest en hoewel hij het niet slecht deed, besloten wij hem een handje te helpen. Het kan namelijk altijd beter.

Het is voor elke concentratiesporter belangrijk zich ondersteund door fijne teamleden te weten. Alex en ik nemen die ondersteunende taak serieus. Terwijl Joop ongeïnteresseerd onderuitgezakt in zijn stoel zat te chagrijnen, begonnen wij Peter en zijn spel hardop te analyseren, becommentariëren en van constructieve kritiek te voorzien. Daar heb je wat aan, als je met het angstzweet in je bilnaad over het biljart gebogen staat, met je keu in de aanslag.

Met achttien punten uit negen beurten, maakte Peter zich klaar voor de tiende beurt. Alex en ik stroopten onze mouwen op en gingen aan de slag. Het moraal moest omhoog, zijn zelfvertrouwen in de lift. Gezamenlijk op weg naar een gemiddelde van drie. Alles voor de club!
“Zet ‘m op, Peter!” moedigde Alex hem aan.
“Je kunt het!” voegde ik enthousiast toe.
“KILL!!!” sloten wij af in koor.

Het had niet direct het beoogde effect. Peter leek onder al die goedmoedige aandacht wat zenuwachtig te worden, keek ons vanuit zijn ooghoeken schichtig aan en mompelde: “Oh, nee he, daar gaan we weer … “

Met een onvaste hand en een adertje kloppend in zijn nek, legde hij aan en stootte af. Hij wist ternauwernood een bal te raken, maar miste de tweede ruim. De speelbal kwam droevig in een van de hoeken tot stilstand. Peter keek ons nijdig aan en mompelde wat. Wij lieten ons niet van ons stuk brengen.

“Die had linksom gemoeten, lompe koei!!!”
“Ja! En veel dikker! Zou je in het vervolg niet eens mikken, zak hooi?!”

Constructieve kritiek, zoals ik al zei. Ook de tegenstander miste, dus binnen een minuut stond Peter weer aan de tafel.

“Opletten nu! D’r zit veel ruimte achter die rooie,” adviseerde ik.
“Die gaat geheid achterom,” waarschuwde Alex, “die kun je niet.”

Alex is zeer bedreven in de toepassing van omgekeerde psychologie. Motiveren door uit te dagen. Weer misten wij doel, want Peter presteerde het schier onmogelijke: de bal ging inderdaad achterom, schoot door een ruimte tussen bal en band waar geen bal doorheen leek te passen.

Ik: “Wat zei ik nou net? Waarom luister je niet?”
Alex: “Jeeeeezus, wat een onthutsend slechte bal was dat!”
Ik: “Onthutsend? Stuitend!”
Alex: “Het lijkt wel of ie nooit een keu in zijn handen heeft gehad!”
Ik: “Peter, je kunt beter gaan bowlen. Grotere ballen en maar eentje tegelijk. Da’s veel meer jouw ding.”
Alex: “Zullen we voor hem drie skippyballen op tafel gooien?”

Stuk voor stuk messcherpe observaties, wat mij betreft, waar Peter zijn voordeel mee had kunnen doen. Helaas, het leek er niet op dat hij deze analyse in zijn interne evaluatie mee ging nemen, want hij zakte met rollende ogen weg in een moeras van zelfmedelijden dat alleen voor hem zichtbaar was.

Derde beurt. We besloten tot draconischer maatregelen over te gaan, want onze support sloeg niet aan. Shocktherapie met verrassing als gereedschap. Op het moment dat Peter, inmiddels met een rode kop en verschillende kloppend aders op zijn voorhoofd en nek rijker, zijn keu al in een voorwaartse beweging bracht riepen we, alweer in koor: “BOE!!!”

De keu ketste zo hard van de bal, dat Peter tijdelijk aan het oog onttrokken werd door een dichte wolk van blauwe krijtdeeltjes, die van de top van zijn keu af sloeg. We zagen hem niet, maar hoorden hem nog wel, boven ons homerische lachsalvo uit. Alex en ik keken elkaar verbaasd aan.

Alex: “Vloekt ie nou?”
Ik: “Peter? Dat heb ik hem nog nooit horen doen.”
Alex: “Issie boos? Waarom?"

De krijtwolk sloeg neer op het biljart en maakte plaats voor de stoompluim uit Peters oren. Met zijn knokkels wit uitgeslagen rond het dikke eind van zijn keu sloop hij terug naar zijn zitplaats. Hij had alle kenmerken van een gebroken man in zich verenigd.

Alex en ik gaven niet op, bleven hem aanmoedigen en van adviezen voorzien, maar Peter bleef onze inspanningen halsstarrig negeren. Niks hielp. De partij eindigde niet verbazingwekkend met een score van zesendertig punten uit dertig beurten voor Peter. Eenentwintig fokking beurten had hij nodig om het aantal punten uit zijn eerste negen beurten te verdubbelen. De loser.

Al die moeite, en wat krijg je ervoor terug? We hebben de wedstrijd verloren door zijn stuitende gebrek aan inzicht en, erger, zijn onvermogen om de adviezen van zijn medespelers met gepaste nederigheid aan te nemen. Sommige mensen zijn gewoon niet te helpen. Bij deze wil ik oproepen om hem te royeren.